Als je plannen in rook opgaan (pun intended)

Ergens eind december, in the Bunya Mountains (Queensland, QLD) kijken we het nieuws. De hele Oostkust staat in de hens, het lokale nieuws geeft al weken waarschuwingen: “plaatsnaam: Prepare to evacuate”, “plaatsnaam:Leave now” en uiteindelijk “plaatsnaam: It is too late to evacuate, stay if you have not left already”. En begin december waren wij bijna aan de beurt, op 15 minuten afstand, aan een andere zijde van de berg was er een grote brand uitgebroken. Cameron maakte al langer opmerkingen over onze reisplannen, maar ik wilde er niet aan, we gingen een grote roadtrip maken. Een roadtrip van Oost naar West. Inmiddels hadden we alles wat we nodig hadden al gekocht. Voor wie mij niet heel goed kent, ik vind het niet heel erg leuk om plannen te veranderen. Maar vlak na kerst hadden we dan toch het gesprek, is het niet heel onverantwoord om rechtstreeks de vlammen in te rijden? Vier weken voor ons geplande vertrek zag het er allemaal niet heel erg rooskleurig uit. En als we iets anders gingen doen dan moesten we vooraf wel wat dingen regelen. Zoals inentingen voor Cameron, de verkoop van onze spullen en auto. En waar gaan we dan naartoe? We moesten dus snel een beslissing maken.

img20200101000613

Ik met lieve Australische collega Cassie op Oudjaarsavond, dat vierden we met vijf mensen in het regenwoud

Deze prinses kan zich prima aanpassen, na lang nadenken en een telefoontje naar huis

Eén van mijn wat minder charmante karaktertrekjes is dat ik als ik iets in mijn hoofd heb ik er niet zo heel snel van af ga wijken. Dan heb ik aan Cam een goeie, die is minstens zo koppig. Ik vind het gewoon heel erg lastig als ik me ergens op heb verheugd en de plannen moeten worden gewijzigd. Maar die bewuste dag was er maar één conclusie logisch, geen roadtrip dit jaar. Zelfs als het eind januari minder heftig zou zijn dan in december, dan is januari alsnog officieel de start van het “bushfire” seizoen. Het is heel goed denkbaar dat de vlammen weer aanwakkeren en dat het dan nog wel eens heel ongezellig kan worden aan de Oost en Zuid West kant van Australië, precies waar wij hadden gepland naartoe te gaan. Het vooruitzicht om tussen de lokale bevolking die net hun hele leven hebben verloren in een brand in een evacuatiecentrum te moeten vertoeven klonk mij niet heel erg aantrekkelijk in de oren. Een andere route klonk ook niet heel haalbaar. In januari kan het nog wel eens extreem heet worden in het Noorden en het lijkt ons niet fijn om 3 maanden in 45+ graden Celcius te kamperen. Na wikken en wegen, en misschien een dramatisch traantje van mij, kwam de onvermijdelijke conclusie: we verkopen de auto en vertrekken naar Indonesië. Op dat moment hadden we al retour vliegtickets voor half januari naar Nieuw Zeeland en daarna was het plan de auto te verkopen en dan als een gek naar Indonesië te vliegen.

Op het moment van schrijven bevind ik mij in Brisbane, vers terug uit Nieuw Zeeland. Onze kampeerspullen zijn verkocht, daarover straks meer, en nu doen we ons best om onze auto zo spoedig mogelijk te verkopen. Cam is ingeënt, we hebben imodium gekocht en heul veul zonnebrand dus ja we zijn good to go.

img20191230190633

Onze huisdiertjes in the Bunya Mountains, er zaten duizenden Wallabies daar, we noemden ze allemaal Dave, Baby Dave of als ze heel klein waren Baby Baby Dave

img20191230185448

Na zonsondergang met op de voorgrond de Bunya boom, een hele oude boom die door lokale Aboriginal stammen onderwerp van vieringen is.

img20191201122823

Na maanden van droogte, dansen de oorspronkelijke bewoners hier voor regen, die avond regende het voor het eerst in heel lange tijd. 

Ik maak ff lekker de balans op jongens, Australië was leuk maar soms ook heel erg niet leuk

Ik heb zeker niet gezien van Australië waar ik voor kwam en dat komt voornamelijk door de bosbranden. Dat is eeuwig jammer en ik heb ontzettend te doen met alle mensen die letterlijk hun dorpen kwijt zijn, de ontelbare dieren die het leven hebben gelaten en de brandweermannen die veelal onbetaald al maanden aan het blussen zijn. Ik ben ervan overtuigd dat ik terug ga komen om meer van dit mooie land te zien, Australië is heel erg mooi. Maar ik heb het ook moeilijk gehad, ik had me Australië in sommige opzichten soms heel anders voorgesteld. Melbourne is een waanzinnige stad met vaak heel bijzondere ruimdenkende inwoners, maar in Queensland kwam ik een heel andere Australiër tegen, de Australiërs die de huidige premier de regering in hebben gestemd en zelden ben ik zo erg buiten mijn eigen bubbel geweest. Het hele land staat in brand maar er wordt zelden over klimaatverandering gesproken. Sterker nog in het nieuws, wat bijna allemaal op een enkele zender na in eigendom is van Rupert Murdoch, wordt klimaatverandering glashard ontkent en worden klimaatactivisten besproken alsof ze criminelen zijn. En dat in een land dat zo rijk is aan natuurschoon is als Australië. Er komen meer koolmijnen en de inwoners in Queensland geven alles de schuld aan de groenen, een partij die nooit in de regering is geweest. Ik eet geen vlees en ik leerde al snel dat ik dat nooit moest benoemen in de buurt van de locals want ik ben meerdere keren uitgescholden. Ik heb met alle werkgevers aparte ervaringen gehad hier in Australië maar het feit dat ik in contact moest komen met de Australische belastingdienst en een vakbond omdat ik gewoon niet mijn geld kreeg vind ik echt belachelijk. Ik heb zelfs met een journalist gesproken. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de beledigende berichten die ik en Cameron kregen toen we vroegen om ons geld, al met al betreft het voor mij bijna 1000 dollar. Onze kampeerspullen verkochten we aan een collega, hij beloofde het geld twee dagen later, na ons vertrek, over te maken en aangezien we hem goed kenden geloofden we hem. Lang verhaal kort uiteindelijk heb ik een collega en vriendin moeten vragen er achteraan te gaan voor ons want meneer had ons geblokt op facebook. We hebben het geld inmiddels wel binnen. Maar zowel ikzelf als Cameron hebben de ervaring gehad dat communiceren met de Aussies gewoon niet altijd makkelijk is. Ze zijn als ze je niet kennen heel vriendelijk maar echt een band krijg je niet heel makkelijk en ik had soms het gevoel dat ze niet heel eerlijk tegen me waren. Dit geld natuurlijk niet voor iedereen hier maar dat is wel hoe het vaak voelde voor mij. En dan heb ik het nog niet eens gehad over hoe vaak ik Australiërs ronduit racistische dingen hoorde zeggen over de oorspronkelijke bewoners en eigenlijk alles en iedereen die niet wit was. Ik heb het daar echt best wel moeilijk mee gehad. Al met al heb ik er gemixte gevoelens aan over gehouden. Wat wij van Queensland hebben gezien was prachtig, onze tijd in Victoria was leuk en we hebben echt genoten maar sommige dingen vielen mij echt tegen. De Oostkust is bijvoorbeeld behoorlijk volgebouwd waardoor ik aan Noosa en de Sunshine Coast ook best wel een Scheveningen gevoel heb overgehouden. Ik kan niks zeggen over de Westkust maar wat ik tot nu toe heb gezien van de national parks is dat het  allemaal behoorlijk aangelegd is en minder authentiek voelt. Ik heb begrepen dat de Westkust daarom beter is. We hebben besloten later terug te komen en dan geef ik het allemaal een nieuwe kans. Misschien is het verschil tussen Zuid Oost Azië en Australië wel te groot geweest. Wat ik gezien het van Nieuw Zeeland beviel in ieder geval een stuk meer dus er valt nog genoeg te ontdekken.

img-20191113-wa0008

De lokale pubs vonden we allebei zo bijzonder dat we meerdere foto’s hebben gemaakt van de mooiste pubs in Queensland

img20191211125131

Cameron drinkt een Corona voor zijn favoriete pub

Stel je verkoopt de auto morgen wat ga je dan in hemelsnaam doen met al die Australische dollars?

We hebben natuurlijk niet zo hard gewerkt om vervolgens een weekje Bali te doen. In de Gili’s gaan we vrienden van Cameron bezoeken en ongetwijfeld heb ik dan alle zojuist aangeschafte paracetamol nodig om de dag door te komen, ik ben immers ook dertig inmiddels natuurlijk. Maar het idee is om naar Lombok en Java te gaan, vervolgens willen wij niet per sé in deze volgorde naar Borneo, Brunei, Singapore, Maleisië en India. En dan? Dan verhuizen we voor een klein jaar naar Nieuw Zeeland, Cameron’s thuis en weer een heel nieuw avontuur voor mij. Klink ik heel erg verwend? Sorry not sorry, ups and downs ze horen allebei bij dit zelf gekozen leventje van mij. Misschien wordt ik op mijn oude dag nog wel eens flexibel? HA, we gaan het zien.

Liefs, Talitha

img20191223121728

De kerstman kwam gelukkig ook gewoon naar Queensland

Poef! En je bent 30

Zonder enige waarschuwing werd ik enkele weken geleden wakker en was ik 30. Ook kwam ik tot de nogal lullige conclusie dat ik al 25 weken geen blogs geschreven had. Nou ja, er werd mij medegedeeld dat het 25 weken geleden was en dat daar maar eens verandering in moest komen. De waarheid, net als ineens 30 zijn, is hard soms. Waar te beginnen na 25 weken? Bij het begin? Ik weet niet zo goed waar dat dan is. Laat ik maar eens uitleggen waarom ik lang niks heb geschreven en dan zien we daarna wel verder goed?

img20191028145814

Nederlands bier voor mijn verjaardag.

img-20191022-wa0013

In Australië ben ik in de lente jarig.

Er gebeurde even heel veel maar ook eigenlijk helemaal niks

Vanaf januari tot eind juli heb ik in Melbourne gewoond. Melbourne is een waanzinnige stad vol met leuke barren en toffe restaurants en ik heb er hele leuke vriendschappen aan over gehouden. Ook heb ik er leren cocktails maken wat ik een ontzettend toffe hobby vind. Vanaf eind januari werkte ik in een veel te hip, veel te instagramwaardig, veel te roze dumpling restaurant. Op mijn proefdag stelde ik mijzelf voor aan mijn lange, nogal aantrekkelijke, collega uit Nieuw – Zeeland, Cameron en dit lieve lezers is waar mijn tijd in Melbourne ineens een andere wending nam. Ja ik was gelijk wel onder de indruk, maar Cameron was verlegen en achteraf gezien totaal blind voor mijn niet heel erg subtiele flirtpogingen. Na weken zoeken naar een excuus om eens iets met deze knappe man te gaan drinken, kwam er een eerste kus en was ik stiekem aan het daten met mijn collega. Nou ja stiekem, blijkbaar was het hele bedrijf binnen een week op de hoogte.  Ik zal je alle heel erg schattige zoetsappige details besparen maar na een paar weken had ik dan toch echt heuse verkering met Cameron. Samen op avontuur, dat is toch wel wat anders dan in mijn eentje mijn nieuwe stad verkennen. Samen verkenden we stukjes van mijn nieuwe thuisstaat Victoria rondom Melbourne op onze vrije dagen. Samen kwamen we tot de conclusie dat ons werk heel stom was en zo namen we vlak na elkaar ontslag. Een goede maar misschien ietwat haastig genomen beslissing want ik was als snel geldloos en dus ook dakloos want hoe gezellig mijn hostel ook was, het was zeker niet gratis. En met nog ongeveer 200 euro op zak had ik niet echt een andere optie dan binnen 2 maanden  bij mijn nieuwe geliefde in te trekken. Ik weet niet of het per sé heel erg slim is om als je elkaar net leert kennen te gaan samenwonen maar eigenlijk werkte het wel. Ik kon goed overweg met zijn huisgenoten die begrepen dat ik niet echt een andere keuze had en zo woonde ik ineens met drie Aussies, 1 vriendje uit Nieuw Zeeland, één hagedis, één hond en 4 katten samen. Het idee was dat dit tijdelijk zou zijn en in het begin zocht ik echt nog wel naar eigen woonruimte maar het was al snel duidelijk dat de winter was begonnen en dat ik gewoon niet genoeg verdiende om huur te kunnen betalen. En zodoende bleven we samenwonen. Misschien ging het allemaal wel heel snel maar het was ook al vrij snel duidelijk dat het echt serieus raak was. Zo besloot Cameron al snel zijn reis voor die winter (onze zomer) naar Zuid Amerika te cancelen om met mij in augustus mee naar Nederland te gaan en dus al mijn vrienden en familie te bezoeken. En dat is ook precies hoe het is gegaan.

img-20190428-wa0001

Cameron’s eerste Koningsdag in Melbourne

Oké oké Talitha we begrijpen het, je hebt verkering maar dat is niet echt een goede reden om gelijk niks meer van je te laten horen!!

Nee, ben ik met je eens maar de waarheid is dat ik gewoon niet zo veel te vertellen had over mijn tijd in Melbourne en toen de verkering nog pril was wilde ik het graag voor mezelf houden. Ik maakte zonder Cameron niet zoveel mee en dan is het lastig verhaaltjes tikken. En toen gingen we naar Nederland. Daar heb ik op zich best wat over te vertellen maar dat bewaar ik nog even voor een volgende blog. En na Nederland hebben we een periode van een aantal weken werk gezocht rondom Brisbane. Niet bepaald een periode waarin ik veel te  vertellen had en ik had ook nog best wel heimwee naar Nederland zo vlak na terugkomst in Australië. Maar we vonden uiteindelijk werk, ver van de bewoonde wereld, in het Australische regenwoud, op een berg in de Bunya mountains. En dat is vanwaar ik mijn verhaal nu vertel. We wonen inmiddels alweer 2 maanden in een nationaal park waar we met 2 andere backpackers en een paar locals een restaurant en whiskeybar runnen en waar ik soms ook de motelkamers schoonmaak. We verdienen goed en sparen voor een volgende reis maar inmiddels hebben we ook een auto gekocht, een rode Subaru Forester genaamd Clifford. We proberen op onze vrije dagen delen van Southern Queensland te ontdekken met Clifford. Het leven is goed hier, saai soms, maar we focussen ons op ons doel en dat is een roadtrip van brisbane naar Perth, East Coast en West Coast volgend jaar. En daarna? Nieuw Zeeland, het lijkt erop dat mijn ontmoeting met Cameron dus niet tot het einde van mijn reis heeft geleid, maar wel het begin van een reis niet langer in mijn eentje en dat is anders maar ook best wel gezellig.

img-20191029-wa0016

Mijn dertigste verjaardag vierden we in Noosa, Queensland

img-20191029-wa0017

Noosa National park, Queensland

img-20191107-wa0035

Foto van een trip naar Rainbow beach, Queensland

img-20191126-wa0005

Ik met Clifford.

Thuis loop ik ook wel eens een stukje harder in het donker

“Is dat wel veilig als jonge vrouw alleen?” “Zou je dat nou wel doen?” “Mijn dochter mag dat dus echt nooit.” “Je vader zal wel bezorgd zijn”  Opmerkingen die ik veel heb gehoord als ik vertelde over mijn reisplannen. Vooral die laatste is interessant, alsof mijn moeder zich geen zorgen maakt maar ik per se door mijn vader beschermd dien te worden.  Er zijn veel mogelijke antwoorden maar het meest eerlijke antwoord is dat ik me soms onveilig voel, ik soms seksueel geïntimideerd word en dat er echt wel hachelijke avonturen beleefd worden.  Nog eerlijker is dat dat niet vaker of minder vaak voorkomt dan thuis. Ik ben zowel in Tilburg, Breda, Amsterdam en Goes in vervelende situaties gekomen simpelweg omdat ik als vrouw alleen me op straat, station of een andere openbare ruimte bevond. Het feit dat dit ook in Bangkok, Colombo of Melbourne voorkomt is dus op zichzelf geen reden om thuis te blijven.

IMG-20180905-WA0015.jpg

Klaar voor vertrek, afscheid nemen van de familie op Schiphol

Mannen zijn bang om door vrouwen uitgelachen te worden, vrouwen zijn bang om vermoord te worden

Bovenstaande hoorde ik in de serie Handmaids Tale, een quote van bedenker en schrijfster, Margaret Atwood. Nu ik in Australië ben heb ik meer tijd om hierover na te denken. Een goed voorbeeld is dat ik om in een restaurant hier te werken waar alcohol wordt geschonken ik RSA gecertificeerd moet zijn. RSA staat voor “Responsible Service of Alcohol”. Er heerst hier en in Nieuw Zeeland een zogenaamd “binge drinking” cultuur wat in het weekend pijnlijk duidelijk wordt wanneer mensen zich volledig laveloos op straat bevinden. Ik heb nog nooit zoiets intens meegemaakt. Een groot probleem is huiselijk geweld, na sportwedstrijden worden er onevenredig veel vrouwen thuis mishandeld, alcohol levert hier een belangrijke bijdrage aan. Het maakt overigens niet uit of de teams winnen of verliezen. Wat ik probeer duidelijk te maken dat vrouwen op zichzelf zich best bewust zijn van het feit dat we alert moeten zijn. Of dit nu in Amsterdam, Hanoi of Kuala Lumpur is maakt echt niet uit. Dit is overigens ook geen zielig verhaal, alle vrouwen die ik heb ontmoet zijn stuk voor stuk zelfbewuste sterke vrouwen die zich echt het kaas van het brood niet laten eten. Wat maak ik dan zoal mee? Nou om te beginnen is het openbaar vervoer in alle landen waar ik me bevind een interessante plek om me te begeven. In Sri Lanka kreeg ik voor het eerst te maken met iets te enthousiaste mannen bij het zien van deze kleine witte dame. Ik nam de trein van Colombo naar het zuidelijk Unawatuna, een rit van zo’n zes uur waar ik helaas het grootste gedeelte van stond tussen de locals met mijn toen nog veel te zware backpack tussen mijn benen. Ik stond al zeker twee uur oncomfortabel te zijn toen ik ineens een neus tegen mijn bovenarm voelde. Eerst dacht ik het me te verbeelden maar nee er stond een oudere man echt letterlijk aan mijn arm te snuffelen. Snel wisselde ik van plek met een Britse jongen die dit rare gedrag ook had opgemerkt. Redelijk onschuldig maar toch erg onprettig. Met dit incident nog vers in mijn achterhoofd begaf ik me enkele weken later in de trein van Ella naar Kandy, waarschijnlijk de mooiste treinrit die ik tot dan toe gemaakt had. Ik staarde naar buiten, naar het intens mooie landschap voor me met mijn benen buiten de trein toen er een jonge local naast mij kwam zitten. Selfie miss? Ja natuurlijk als je het beleefd aan mij vraagt wil ik best even met je op de foto. Ik vond wel dat hij erg dichtbij kwam maar goed na het kodak momentje ging hij al snel richting zijn familie en zat ik weer in mijn eentje te genieten. Niet veel later was hij terug, of hij nog een keer met me op de foto mocht? Oké, een laatste dan en terwijl hij nog dichter tegen me aan kwam zitten, ik dacht even bijna uit de trein te vallen, fluisterde hij in mijn oor, Can I touch your boobs, they look so soft?.  Het gebeurde voor ik het door had en ik wist even niet hoe ik moest reageren. Ik sprong op, riep heel hard nee en beende terug naar mijn reisvriendinnetjes. Zij reageerden gelukkig wil adequaat en maakten hem bang genoeg dat hij de rest van de rit niet meer onze kant op durfde te kijken. Zo heftig als deze ervaring heb ik het gelukkig verder niet meer meegemaakt. Over het algemeen is de backpackers gemeenschap heel hecht. Iedereen is immers ver van huis en we zijn ons allemaal tot op zekere hoogte bewust van het feit dat we minder zelfredzaam zijn in een vreemde omgeving. Zo komt het eigenlijk zelden voor dat ik alleen naar huis loop na een avond stappen. En heb ik nog nooit een vervelende ervaring in een hostel gehad met mede reizigers. Iedereen past op elkaar, misschien wel meer dan thuis. Zo heb ik enkele jaren geleden een meisje ontmoet die al weken met dezelfde jongen aan het reizen was. Toen ik vroeg hoe dat zo was gekomen vertelde ze me dat ze heel erg ziek was geworden, er was zelfs een ziekenhuisopname aan te pas gekomen en dat deze voor haar toen nog redelijk onbekende jongen haar al die tijd had verzorgd. Er was een vriendschap ontstaan en zodoende reisden ze samen. Zelf heb ik ooit mijn enkelband gescheurd in Bangkok en een jongen die ik die nacht in de bus had ontmoet heeft mij toen dagen verzorgd tot ik weer kon lopen. Ik zie dat niet zo snel gebeuren in Nederland. Als je reist ben je altijd wat afhankelijk van de mensen om je heen. Dus toen ik hier naar het ziekenhuis moest was het natuurlijk ontzettend fijn dat anderen zich over mijn ontfermden en andersom zou ik dat ook zo gedaan hebben. Naastenliefde, iets wat soms in Nederland echt ontbreekt, is een veel vanzelfsprekender iets wanneer iedereen een beetje afhankelijk is van de mensen om je heen.

IMG-20181107-WA0005

Thakhek loop in Laos, soms doe ik gewoon hele stoere dingen.

Hoe reis ik veilig?

Zijn er dingen die ik doe om ervoor te zorgen dat ik minder risico loop? Ja, absoluut maar dit zijn wel maatregelen die vergelijkbaar zijn met de maatregelen die ik in Nederland neem. Zo begeef ik me nooit in slecht verlichte steegjes en heb ik altijd een telefoon bij me met voldoende batterij. Ik probeer er altijd voor te zorgen dat mensen weten waar ik me ongeveer bevind en ik vermijd het openbaar vervoer op minder veilige plekken. Soms zorg ik dat ik iemand aan de telefoon heb als ik laat op de avond of nacht over straat ga. Verder is het vooral een kwestie van mijn gevoel volgen, zoals met alles eigenlijk, als mijn instincten mij vertellen dat ik misschien beter ergens niet kan zijn dan maak ik me uit de voeten. Als iemand mij een gek gevoel geeft dan ga ik niet met deze persoon de hort op. Dit zijn wat mij betreft behoorlijk vanzelfsprekende dingen en nogmaals niet anders dan wat ik in Nederland doe. Kan je dan helemaal vermijden dat er vervelende dingen gebeuren? Nee dat kan niet, maar dat mag op zichzelf geen reden zijn om thuis te blijven. Tegenover de voorzorgsmaatregelen staan de waanzinnige avonturen en de bijzondere ontmoetingen. Amsterdam West is op zichzelf niet veiliger of onveiliger dan Bangkok of Singapore. Je hebt natuurlijk niet altijd de controle op wat er om je heen gebeurd en wie je tegen komt, maar dat heb je overal. Tenslotte vind ik mezelf helemaal niet super stoer omdat ik op reis ben in mijn uppie. Want echt in mijn uppie ben ik zelden. We doen allemaal stoere dingen of dat nu een gezin stichtten is, hard werken aan je carrière of naar een vreemde stad verhuizen is. Ik zie om mij heen alleen maar stoere vrouwen die vette dingen doen. Dus mocht je denken ik ga lekker alleen op reis, laat je dan vooral niet bang maken. Vrouwen zijn sterker dan we soms zelf denken en je loopt echt niet zomaar meer gevaar in een vreemd land dan thuis. Vraag jezelf eerder af waarom vrouwen alerter moeten zijn dan mannen en probeer dat te veranderen. Ik ga in ieder geval niet thuisblijven vanwege de minimale kans dat er misschien iets vervelends gebeurd. Wees alert maar wees vooral niet overdreven angstig. En als een vrouw je verteld dat ze op reis gaat, wens haar gewoon veel plezier en een fijne vlucht.

Liefs, Talitha

IMG-20181213-WA0016

Je bent maar zo zelden echt alleen, Cambodja

Ik ben ruim een half jaar onderweg en ik ben niet wijzer geworden (maar verder vind ik het wel leuk hoor)

“Wow je gaat jezelf zo leren kennen.” “Je komt jezelf nog wel tegen.” Je zou maar in je eentje de wereld intrekken en dan als een totaal ander persoon terug komen. Complete 180, Talitha de 2.0 versie. Nou eigenlijk valt dat dus gewoon vies tegen. In dit verhaal doe ik het eens even anders. Ik ben nu ruim zeven maanden onderweg dus het is tijd de balans op te maken. Vijf dingen die ik geleerd heb en vijf dingen die hetzelfde zijn zelfs aan de andere kant van de wereld, lees en huiver.

Vijf dingen die overal hetzelfde zijn

  • Draai “Somebody told me” van the Killers en iedereen gaat helemaal los. Ik vierde kerst vorig jaar in Cambodja en ik stond tussen de backpackers toen dit gedraaid werd. Espresso martini’s werden snel achterover gegooid om de moshpit in te springen waarop de DJ een pauze inlaste om de legendarische opmerking “Guys this is the whitest song ever” te maken. Tragisch maar waar, dit hitje doet het overal in de wereld net wat te lekker.
  • Ik ben echt niet te genieten als er ’s ochtends geen koffie is, de oplossing vond zich in de weinig elegante vorm van oploskoffie van Nescafé. Ik heb heel Azië rondgereisd met zakjes in mijn backpack. Gaat dit te ver? Misschien, maar ik trek het heel slecht als ik een reisdag van meer dan 10 uur heb en er geen koffie te vinden is. Hartje voor mijn reisgenootjes die de ochtend met mij hebben doorstaan op dagen dat ik geen koffie voorhanden had. Jullie zijn een stelletje helden en heldinnen.
  • Het gras jongens, het is altijd groener dat stomme gras. Het maakt echt niet uit op welke waanzinnige plek ik me bevind, in mijn hoofd en hart ben ik alweer aan het denken aan de volgende plek. Alleen al deze week heb ik gesproken over Nieuw Zeeland, een roadtrip in Australië, een motortocht door Vietnam, Indonesië, een surftrip naar Midden Amerika en ga zo maar door. Het maakt niet uit hoe vrij ik me beweeg, de drang naar nieuwe avonturen blijft.

IMG-20181123-WA0040

Bananenbrood en een grote mok koffie, ik was een blij een meisje die ochtend in Vietnam. 

  • Ik ben altijd te laat, in de laatste week ben ik twee keer te laat op mijn werk verschenen. Rennend naar mijn werk moeten, verschillende Uber chauffeurs leren kennen (Nee ik heb geen behoefte aan een goed gesprek over Melbourne) en struikelend mijn weg vinden tussen de trambanen van de stad om maar op tijd op mijn werk te komen, het zijn dingen die ik herken van mijn tijd in Nederland. Tot grote frustratie van mijzelf en iedereen om me heen kom ik altijd 5 over aan. En nee, het maakt niet uit of ik eerder vertrek.
  • Je gaat me vinden in de donkerste bar met harde gitaarmuziek. Ben je me kwijt diep in de nacht zoek dan de dichts bijzijnde rocktempel. Ik ben al in de befaamde Cherry bar geweest, die helaas deze maand gaat verhuizen uit AC/DC lane. Ondanks alle vette techno en hiphop feestjes waar ik me laatste maanden heel erg heb vermaakt, blijf ik toch een echte rockchick die het liefst met een pint een moshpit inspringt. Al zal je me in de toekomst vaker op technofeestjes vinden als ik me weer eens in het Amsterdamse begeef. Toch een beetje anders dus.

Vijf dingen die ik geleerd heb

  • Als je steeds dezelfde fouten maakt heb je je lesje niet geleerd. Het is geen geheim dat ik met een zogenaamd “rugzakje” vertrokken ben uit Nederland. Een burn-out is geen pretje en hoe vaak ik niet heb gehoord dat ik die altijd bij me zal dragen, het moment waarop ik besefte dat dit echt het geval was was het toch een tegenvaller. Ik vond mijn werk al een tijdje niet leuk, een restaurant dat gerund wordt zonder structuur en goede leiding is behoorlijk stressvol. Daar kwam bovenop dat ik elke week rond de 45 uur werkte. Mijn gemiddelde werkdag was van 12 tot 12 met een pauze van twee uur. Vermoeiend en niet heel goed voor mijn sociale leven. De laatste weken ging ik alweer met buikpijn naar mijn werk en als klap op de vuurpijl kreeg ik een paniekaanval op mijn werk. Terwijl ik huilend op een bankje zat besefte ik dat ik terug bij af was, of in ieder geval die kant op ging. Twee dagen later nam ik ontslag. Ik heb mijn lesje geleerd en heb inmiddels liever een beetje minder geld maar ben graag een beetje meer gelukkig. Ik ben er nog niet maar ik ben wel stapjes vooruit gegaan.
  • Er is maar één iemand zoals jij en van diegene moet je in ieder geval zelf houden. Een meisje vertelde me dit op eerste kerstdag in Cambodja. Iedereen danste in bikini en ik had een shirtje aangetrokken. Ze vroeg me waarom ik mijn, haar woorden, “fantastische lichaam bedekte”. Toen ik haar vertelde dat ik me een beetje onzeker voelde verklaarde ze me gelijk voor gek. Vrouwen die andere vrouwen steunen daar hou ik van! En sindsdien ben ik een stukje aardiger voor mezelf en ga ik een stuk gemakkelijker in mijn zwemkleding naar een feestje of op de foto. Ik mag er zijn.

IMG-20190214-WA0035

Niks mis met een goede badpak foto.

  • In mijn leven geen ruimte voor negatieve mensen. Ik leef in een hostel met veel verschillende persoonlijkheden, de één is leuker dan de ander en dat is helemaal oké. Wat niet oké is als mensen die je amper kent je een rot gevoel geven. Een ander meisje zei in Sri Lanka tegen me, “als je niet met deze mensen thuis zou omgaan, waarom wil je dan zo graag dat ze je leuk en aardig vinden elders?” Deze vraag heb ik mezelf de afgelopen maanden enkele keren gesteld en het resultaat is inderdaad dat het een stuk relaxter is om met positieve mensen om te gaan. Hoef je ook een stuk minder je best te doen.
  • Echte vriendschap overleeft het als je aan de andere kant van de wereld zit. Ik ben nu zeven maanden weg en op een enkeling na heb ik met iedereen met enige regelmaat contact. We zijn nog altijd geïnteresseerd in elkaars leven en we laten elkaar met regelmaat weten dat we aan de ander denken. Afstand is een fantastische manier geweest om naar mijn vriendschappen thuis te kijken. Sommige relaties blijken sterker dan ik had verwacht en van anderen wist ik misschien al wel dat ik afscheid moest nemen. Niet omdat ik ze niet meer aardig vind maar meer omdat we simpelweg uit elkaar zijn gegroeid en ook dit is helemaal oké.
  • De belangrijkste les die ik heb geleerd is dat het toch vooral mijn feestje is, dat leven van mij. Ik word er niet gelukkiger van om mezelf alsmaar met anderen te vergelijken. Soms betrap ik mezelf er nog steeds op dat ik mezelf minder succesvol vind omdat ik geen gezin heb, geen carrière en geen stabiliteit. Maar dan ga ik de wildernis in, of heb ik een hele leuke avond in een voor mij soms nog vreemde stad, ontmoet ik bijzondere mensen op straat of eet ik een waanzinnige maaltijd op straat en dan besef ik dat ik zo gelukkig ben momenteel nu het leven voor mij een groot avontuur is. Ik ga vast wel eens op zoek naar stabiliteit en werk in de toekomst heus aan mijn carrière, maar voor nu is het helemaal oké meer dan oké zelfs om mijn hart te volgen.

IMG-20190129-WA0016

Het leven is leuk – liefs Talitha

Familie diners en file voor de douche, het leven in een werkhostel

Het is half 12 ’s ochtends, ik loop enigszins verdwaasd rond op Southern Cross Station in Melbourne. Ik heb een nachtvlucht vanuit Kuala Lumpur genomen en heb nog altijd niet geslapen. Mijn hostel heeft me een routebeschrijving gestuurd maar ik ben momenteel te verdwaasd om het uitgebreide openbaarvervoernetwerk van Melbourne te begrijpen. Ik besluit eerst maar eens een koffie te gaan halen, daar staat Melbourne immers bekend om. Ik drink een zwarte koffie, een gewoonte die ik snel af zal leren ook ik zal snel vallen voor de triple shot flat whites waar we in deze stad een gewoonte van maken. Na een korte zoektocht vind ik mijn trein en vind ik mijn weg naar Brunswick, mijn thuis voor de voorzienbare periode. Ik ga in een hostel wonen.

30 huisgenoten en 4 badkamers

Mijn hostel is een relatief groot huis met 7 slaapkamers in een buitenwijk van Melbourne. Ik heb het hostel uitgekozen omdat het een zogenaamd “werkershostel” is, ik ben hier immers gekomen om te werken. Ik had nog ongeveer 2000 euro toen ik Australië binnen kwam, dat is genoeg om het ongeveer 6 weken uit te zingen als ik mega goedkoop leef. Ik heb dus werk nodig. In een werkershostel zitten geen reizigers maar mensen die in hetzelfde schuitje zitten, weinig geld en op zoek naar werk. Het hostel voelt dan ook vooral als een thuis aan. Toen ik aankwam werd ik dan ook gelijk voorgesteld als de nieuwe huisgenoot. Er vind wekelijks een familiediner plaats en er is iedere week een huisgenoot van de week verkiezing. In de kast liggen altijd wat gratis spullen als olie en rijst om mee te koken en in de keuken heeft iedereen zijn eigen ruimte om spullen te bewaren. Een van de grootste verschillen met een “gewoon” hostel is dat iedereen kastruimte heeft. Ik heb voor het eerst in maanden mijn tas volledig uitgepakt, heerlijk. Inmiddels ben ik de trotse eigenaresse van een “bottom-bunk”, een beneden bed, en ben ik in het bezit van 2 lades waar ik mijn spullen in bewaar. Ik maak wekelijks mijn eigen bed op en vervang mijn handdoek iedere drie dagen. Inmiddels heb ik meerdere kamergenoten zien passeren waarvan sommige vriendinnen zijn geworden. Mijn kamer is de kleinste meisjeskamer, ik deel mijn kamer met 4 anderen. Vrouwen snurken ook overigens, die mythe is inmiddels meerdere malen ontkracht. Verder voelt het alsof ik weer op kamers woon, het is vechten voor een douche tussen acht en tien ’s ochtends en iedereen heeft een favoriete douche.  Verder is het vooral erg gezellig, er is altijd iemand om een praatje mee te maken of een wijntje mee te drinken.

img-20190312-wa0005.jpg

Melbourne mama’s, met een aantal van deze dames heb ik een kamer gedeeld. 

Voor altijd een kamer delen?

Ik ga niet liegen, op je 29ste fulltime in een hostel wonen, het gaat je niet in de koude kleren zitten. Ik heb sinds begin oktober geen eigen kamer meer gehad en voorheen verplaatste ik me elke 4 dagen. Privacy is iets wat ik al in geen maanden meer heb gehad. Simpele dingen als je in alle rust omkleden, dansjes in je kamer doen, vals meezingen met Dua Lipa en rondlopen met een knalgroen kleimaster op je gezicht kan maar is toch minder prettig met zoveel mensen om je heen. Ook heb ik inmiddels allerlei snurkjes gehoord. Ik heb kamergenoten gehad die het nodig vonden om om 5 uur ’s ochtends alle verlichting aan te slingeren. Vrij luidruchtig de liefde naast, boven of onder me te bedrijven. Volledige volksverhuizingen te verrichten om 7 uur ’s ochtends of in volledige staat van dronkenschap eerst alle bedden af te tasten voor ze dan toch echt hun eigen bed hadden gevonden. Het zijn achteraf mooie anekdotes maar nu ik zo’n 45 uur per week werk en ik inmiddels dichterbij de 30 dan 20 ben, heb ik mijn slaap hard nodig. Ik ben dus op zoek naar een kamer, het liefst met een tweepersoonsbed erin. Hostels zijn leuk hoor, begrijp me niet verkeerd, maar door in een hostel te slapen mis ik toch heel erg het reizen. Als ik dan toch langer op één plek blijf, dan graag in mijn eigen kamer.

20190307_152642

Hoog bezoek van mijn favoriete kamergenootje in Melbourne. 

Alles is kut en ik wil naar huis…

Op het moment van schrijven bevind ik mij in de achtertuin van mijn hostel in Melbourne, mijn thuis voor de afgelopen 4 weken. Ik moet over 2 uur werken maar drink een glas wijn, ik ben immers nog wel een soort backpacker, ook al ben ik momenteel behoorlijk stationair. “Hoe gaat het met je en hoe bevalt Australië?” Dit is zo’n beetje de meest gestelde vraag die ik per Instagram, Facebook of Whatsapp gesteld krijg en is de laatste tijd lastig geweest een positief antwoord te geven. Ik heb een rot tijd, zeg maar gerust een kut tijd, achter de rug. Momenteel gaat het beter, maar ik heb het punt van heimwee bereikt waar iedere backpacker angstig voor is en heb de afgelopen maand enkele keren op het punt gestaan een enkeltje Schiphol te boeken. De conclusie is dat ik blijf, maar laat ik je eerst vertellen wat er allemaal gebeurd is voor ik dit besluit nam.

Een week van pech

Eigenlijk begon de dag heel goed, we zouden naar Philip island gaan om naar de pinguins te gaan kijken. We waren echter wat laat vertrokken en besloten naar Brighton beach te gaan. Na een heerlijke lunch gingen we lekker zonnebaden en ik las een boek. Het was relaxt en gezellig. Niks wees er op dat er iets aan de hand was tot ik ineens merkte dat ik niet meer las, ik snapte de letters niet meer. Ik begreep al snel dat ik op het punt stond mijn tweede epileptische aanval ooit te krijgen en waarschuwde mijn vriendinnen alvast. Ik verplaatste me snel richting de schaduw waar ik inderdaad een aanval kreeg. Voor ik het wist was ik onderweg naar het ziekenhuis, waar alle testen positief waren en ik al snel weer terug naar huis mocht. Wel klaagde ik al gelijk over verschrikkelijke pijn in mijn schouder. Natuurlijk was ik geschrokken, een dergelijke aanval in een land waar je onbekend bent met vers gemaakte nieuwe vrienden is eng. Echt heel erg eng. Ik werd door iedereen goed opgevangen, door mijn vriendinnen in Melbourne, mijn hostelgenoten en via social media door voormalig reisvriendjes en familie en vrienden thuis.

20190127_160705

Een paar minuten voor de aanval met een vriendin, er was nog niks aan de hand.

Ik ging die week wel aan het werk en dat is goed nieuws. Na één dag solliciteren was ik al een hele fulltime baan rijker, in een hip restaurant in het centrum. Leuke collega’s en regelmatig gratis eten, perfect. Ik had echt een lot uit de loterij en besloot dat die aanval, hoewel onhandig en vervelend, mijn tijd niet ging verpesten. Wel moest ik de aanleiding onder ogen zien, ik was me ervan bewust dat ik niet lekker in mijn vel zat. Eerlijk gezegd, verveel ik me een beetje in Melbourne, ik ben hier voornamelijk om geld te verdienen wat betekent dat ik overdag weinig onderneem en vooral zo min mogelijk uit probeer te geven en weinig van Australië zie. Ik mis reizen en dingen ondernemen. Ik kan ook niks in Amsterdam doen en me vermaken met vrienden en familie. Het voelt dus een beetje kansloos om als hogeropgeleide vrouw in een restaurant in Melbourne te werken en niks leuks te doen en niet het land te ontdekken. Ik voel me best wel vervelend soms en daardoor slaap ik slecht en heb ik een paar paniekaanvalletjes gehad. Ik weet dat ik gevoelig ben voor dit soort zaken en ik zal de komende tijd dus beter voor mezelf moeten gaan zorgen. Ik houd mezelf voor dat ik dit doe omdat ik dan weer kan gaan reizen en dan kan ik eindelijk Australië zien, iets waar ik jaren over gedroomd heb. Ik moet dus gewoon even doorzetten.

De pijn in mijn schouder bleef, ik ging er maar vanuit dat dit kwam doordat ik spierpijn aan mijn aanval had overgehouden. Terwijl ik mijn haar droogde met een handdoek na het douchen gebeurde er ineens iets, ik zal nooit weten wat, maar mijn schouder vloog uit de kom. Daar stond ik dan, nog na druipend in de douche met een schouder uit zijn oorspronkelijke positie. Ik wist met een schreeuw de aandacht van Josh mijn hostelgenoot te trekken en hij haalde mijn vriendin Elleke uit bed. Voor ik het wist wachtte ik op mijn tweede Australische ambulance van die week. De pijn was gruwelijk. De wachttijd bleek 30 minuten. Eerlijk gezegd weet ik niet hoe ik dat overleefd heb. Na ruim vier uur zat mijn schouder weer waar die hoorde en bleek er niks gebroken of gescheurd. Gelukkig. Wel kon ik een week niet werken. En schoot ik in mijn tweede reisdepressie. Wat ben ik in vredesnaam aan het doen met mijn leven?

Ik raap mezelf op en ga verder

Mijn vriendinnen hier, mijn ouders, mijn zusje, mijn vriendinnen in Nederland, iedereen heb ik gesproken die week. Ik weet het even niet meer, should I stay or shoud I go? Gooi ik nu mijn handdoek in de ring? Mijn reis voelt nog niet over en toch reis ik niet, ik heb er simpelweg even geen geld voor nu. Ik moet dus even werken ook al voelt dat stom en vind ik het bij vlagen tergend saai. Ik besluit in ieder geval tot juni te wachten, dan komen mijn ouders naar Bali en dan kan ik altijd met hun mee gaan. Ook al heb ik dan nog niet door Australië gereisd. Ik bel Asia, ze verteld me te genieten, “je leeft nu niet daar maar je bent met je gedachten vooral in Nederland.” Ze heeft gelijk, ik moet in het nu leven. Langzaam pak ik mijn goede gewoonten weer op, ik mediteer dagelijks, ik zoek mensen op en schrijf in mijn dagboek. Ik besluit dat ik naar India wil, een meditatie leraar opleiding volgen, nog meer leren over mindfullness. Dat ga ik dus volgend jaar doen. Een carrière komt later, dat kan ook prima als ik 30 ben. Ik moet er op vertrouwen dat uiteindelijk alles goed komt. Ik blijf dus, ik spaar mijn geld en ga verder reizen, ook dit is een ervaring en ik groei hier sowieso van.

IMG-20190121-WA0138

Een dag op pad in Victoria, Wilsons Promontory

De heimwee blijft maar dan…

De dagen daarna doe ik mijn best mezelf bijeen te rapen, het gaat, met vallen en opstaan maar het gaat. Bovenop alles krijg ik een allergische reactie in mijn gezicht. Iedereen in mijn directe omgeving is het eens, ik heb echt extreem veel pech. Ik denk veel na over thuis, mijn vrienden, mijn familie en Noah de liefste labrador van de hele wereld. De meeste mensen praten over kerst, ik praat over Lowlands. Ik haat dat ik er niet bij ben dit jaar en merk dat ik daar dagelijks even bij stil sta.  Ik wil nog niet naar huis, ik wil Australië zien en ik wil nog naar India. Ik ga dus in ieder geval mijn jaar volmaken. Maar Lowlands missen, ja dat doet een beetje zeer. Ik ga ieder jaar met mijn ouders, zusje, zwager en een groep hele dierbare vrienden. Ik heb iedereen hier erover verteld en de groepsfoto van vorig jaar aan iedereen laten zien, ik ga zelfs de jonge jenever missen. Ik droom over de brug naar het campingterrein, de rij voor de bandjes, de silent disco en de bbq op donderdagavond. Net als ik mezelf erbij neerleg dat ik er niet bij ga zijn bekijk ik de stories op instagram. Een reisvriend post iets over terug naar Europa vliegen, ik stuur gelijk een berichtje. “Waar ga je heen?” “Oostenrijk, lekker boarden.” Ik ben zo ontzettend jaloers, ik wil ook echt even naar Europa, even naar Nederland even mijn vrienden zien. De beslissing is eigenlijk relatief snel genomen. Ik klets er nog even kort op mijn werk over met mijn collega’s, ik weeg nog even snel de voor en nadelen af. Ik bekijk nog snel wat het kost om heen en terug te vliegen. Voor ik het weet videochat ik mijn ouders, “Pap, Mam, ik ga dit jaar mee naar Lowlands.”

IMG-20180819-WA0072

De groepsfoto van Lowlands 2018

Ik zie jullie in augustus vrienden, ik vlieg even heen en weer.

Liefs, Talitha

Een ode aan de reisgenoot

“Ik ging dus naar de WC en toen stond ik per ongeluk buiten en mocht ik niet meer naar binnen. Vet stom maar mijn telefoon was leeg dus kon niet bellen. Ik ben dus veilig thuis beland.”  Legendarische woorden in een Facebook bericht na mijn eerste avond stappen met de persoon die mijn nieuwste reismaatje zou worden. Na die avond vormden Lissa en ik een team, België – Nederland, frieten versus patat, en voor 3 maanden een constante factor tijdens mijn reis; reismaatjes. Een reismaatje komt in vele vormen en maten maar ze hebben allemaal een paar dingen gemeen, voor een periode van je reis zijn ze je vertrouwenspersoon, je tegenspeler met kaartspelletjes, je persoonlijke fotograaf, persoon die afwisselend onder en boven je slaapt in stapelbedden en op je spullen past als je naar de wc moet.

Kletsen zonder te praten

Dat je zonder te praten ver kan komen bewijst mijn vriendschap met Martha wel. We ontmoetten elkaar op een yoga surf kamp in Sri Lanka. “Hi, where are you from?” De meest gestelde vraag tussen backpackers, we zijn allemaal niet zo origineel als we zo graag zelf denken. “Netherlands and yourself?” “Cataluña.” Toevallig had ik die morgen nog met een Catalaanse ontbeten en wist ik dat het een nationale feestdag was. “Oh happy Cataluña day.”  Dat is hoe je snel vrienden maakt. We besluiten na een week op kamp samen verder te reizen. Wat onze relatie ietwat bemoeilijkte is dat Martha weinig Engels spreekt. Gelukkig bestaat er Google translate en kom je met handen en voeten een heel eind. Na ruim 2 weken samen op pad te zijn geweest gebeurt er iets wonderlijks, we hebben eigenlijk geen taal of beter gezegd volzinnen meer nodig. Ik kan aan haar gezicht en zij aan het mijne zien wat de ander bedoelt en we maken elkaars zinnen in onze eigen talen af. Taal is soms zo veel meer dan praten alleen.

img-20180927-wa0096

Een goed team, van links naar rechts, ik, Sadia, Lisa, Ned en Martha (Worlds’ end, Sri Lanka)

In goede tijden en in slechte tijden

Jarig zijn op reis, het was iets waar ik zin in had en tegelijk soms buikpijn van kreeg als ik er aan dacht. Lissa zei gelukkig al snel dat ze dat best met me wilde vieren en omdat we uiteraard super spontane chicks zijn, hadden we al snel een groepje om ons heen verzameld dat wel mee wilde vieren. Die ochtend was ik eigenlijk te brak om mijn verjaardag te vieren, maar ik sleepte me naar een restaurant voor een ontbijt en heel erg veel water. Een kater op je negenentwintigste gaat je niet in je koude kleren zitten, trust me. Ik zat stilletjes stervend aan de ontbijttafel, biddend tot de paracetamol-goden dat ik op mijn verjaardag wel de rivier op kon om me te laten binnen hengelen door de cafés aldaar. Ondertussen maakte mijn feestgezelschap zich klaar voor wat een uitgelaten feestdag moest worden.  Wat ik niet wist was dat er taart was geregeld door twee van mijn reisgenoten en dat Lissa een kadootje voor me had gekocht. Dankzij mijn lieve reismaatjes dacht ik die dag niet zozeer aan wat ik thuis had kunnen doen, maar had ik één van mijn tofste verjaardagen ooit. Dat mijn verjaardag ook andere (wat meer ongewenste) gevolgen zou kunnen hebben had ik natuurlijk niet kunnen voorspellen. Tuben in Vang Vieng in Laos is leuk maar niet heel erg hygiënisch. Ik heb dan ook op mijn verjaardag een parasiet opgelopen. Wat volgde was een van de ergste reisziektes die ik in al mijn reisjes heb opgelopen. Ik zal je de minder smakelijke details besparen maar neem van mijn aan dat het geen pretje was. Zonder de gestage stroom medicatie van Lissa en de beslissing een paar dagen in een privékamer bij te komen, weet ik niet hoe ik er heelhuids uit ben gekomen. Andersom werkt het soms ook zo, toen onze vriendin Shari ziek werd zorgden wij voor haar. En Lissa, die een achteraf gezien vrij heftige wond overhield aan een heldhaftige poging mijn scooter uit de modder te verwijderen had in de weken daarna een verpleegster aan mij. Je reismaatje is precies dat: je maatje, door dik en dun en als je partner in crime assistentie nodig heeft dan ben je er voor diegene.

img-20181125-wa0068

Teamfoto, van links naar rechts Shari, ik en Lissa (abandoned waterpark Hué, Vietnam)

 

En dan ben je weer alleen

De aard van je relatie met je reismaatje is tijdelijk, uiteindelijk is iedereen bezig met zijn of haar eigen reis en zal je op een bepaald moment een andere kant op gaan. Vaak is dat verdrietig, een enkele keer is het een opluchting. Maar de eerste keer dat je weer alleen een hostel in loopt, op zoek naar iemand om je rug in te smeren of een ontbijt mee te delen, is altijd een beetje gek en ongemakkelijk. Hoewel tijdelijk van aard, de relatie met je reismaatje is heel hecht. Hij of zij is degene bij wie je je hart soms uitstort, degene met wie je slechte beslissingen neemt (al dan niet inclusief buckets op een Thais strand) en de persoon met wie je te gekke avonturen beleeft.  Als je weer alleen verder gaat voelt het soms als een verbroken relatie, inclusief een gebroken hart. Maar het mooiste van deze vriendschappen is dat je iets bijzonders deelt, een ervaring die alleen jullie hebben gehad en daarom is dat een band die je niet zomaar meer verbreekt.

Ik heb in dit stukje maar drie reismaatjes bij naam genoemd, maar er zijn er veel meer en ik ontmoet met regelmaat nieuwe reisvriendjes. Als je ze wilt zien dan vind je ze onder andere via mijn instagram. Het is heel cliché maar dat is nu eenmaal vaak het geval met dingen die waar zijn, je reist zelden echt alleen.

Liefs, Talitha

img-20181028-wa0019.jpg

Een deel van het verjaardagteam, Vang Vieng in Laos

20181008_222825.jpg

Een foto van die beruchte eerste avond in Chiang Mai, van links naar rechts Lissa, Holly en ik.