Thuis loop ik ook wel eens een stukje harder in het donker

“Is dat wel veilig als jonge vrouw alleen?” “Zou je dat nou wel doen?” “Mijn dochter mag dat dus echt nooit.” “Je vader zal wel bezorgd zijn”  Opmerkingen die ik veel heb gehoord als ik vertelde over mijn reisplannen. Vooral die laatste is interessant, alsof mijn moeder zich geen zorgen maakt maar ik per se door mijn vader beschermd dien te worden.  Er zijn veel mogelijke antwoorden maar het meest eerlijke antwoord is dat ik me soms onveilig voel, ik soms seksueel geïntimideerd word en dat er echt wel hachelijke avonturen beleefd worden.  Nog eerlijker is dat dat niet vaker of minder vaak voorkomt dan thuis. Ik ben zowel in Tilburg, Breda, Amsterdam en Goes in vervelende situaties gekomen simpelweg omdat ik als vrouw alleen me op straat, station of een andere openbare ruimte bevond. Het feit dat dit ook in Bangkok, Colombo of Melbourne voorkomt is dus op zichzelf geen reden om thuis te blijven.

IMG-20180905-WA0015.jpg

Klaar voor vertrek, afscheid nemen van de familie op Schiphol

Mannen zijn bang om door vrouwen uitgelachen te worden, vrouwen zijn bang om vermoord te worden

Bovenstaande hoorde ik in de serie Handmaids Tale, een quote van bedenker en schrijfster, Margaret Atwood. Nu ik in Australië ben heb ik meer tijd om hierover na te denken. Een goed voorbeeld is dat ik om in een restaurant hier te werken waar alcohol wordt geschonken ik RSA gecertificeerd moet zijn. RSA staat voor “Responsible Service of Alcohol”. Er heerst hier en in Nieuw Zeeland een zogenaamd “binge drinking” cultuur wat in het weekend pijnlijk duidelijk wordt wanneer mensen zich volledig laveloos op straat bevinden. Ik heb nog nooit zoiets intens meegemaakt. Een groot probleem is huiselijk geweld, na sportwedstrijden worden er onevenredig veel vrouwen thuis mishandeld, alcohol levert hier een belangrijke bijdrage aan. Het maakt overigens niet uit of de teams winnen of verliezen. Wat ik probeer duidelijk te maken dat vrouwen op zichzelf zich best bewust zijn van het feit dat we alert moeten zijn. Of dit nu in Amsterdam, Hanoi of Kuala Lumpur is maakt echt niet uit. Dit is overigens ook geen zielig verhaal, alle vrouwen die ik heb ontmoet zijn stuk voor stuk zelfbewuste sterke vrouwen die zich echt het kaas van het brood niet laten eten. Wat maak ik dan zoal mee? Nou om te beginnen is het openbaar vervoer in alle landen waar ik me bevind een interessante plek om me te begeven. In Sri Lanka kreeg ik voor het eerst te maken met iets te enthousiaste mannen bij het zien van deze kleine witte dame. Ik nam de trein van Colombo naar het zuidelijk Unawatuna, een rit van zo’n zes uur waar ik helaas het grootste gedeelte van stond tussen de locals met mijn toen nog veel te zware backpack tussen mijn benen. Ik stond al zeker twee uur oncomfortabel te zijn toen ik ineens een neus tegen mijn bovenarm voelde. Eerst dacht ik het me te verbeelden maar nee er stond een oudere man echt letterlijk aan mijn arm te snuffelen. Snel wisselde ik van plek met een Britse jongen die dit rare gedrag ook had opgemerkt. Redelijk onschuldig maar toch erg onprettig. Met dit incident nog vers in mijn achterhoofd begaf ik me enkele weken later in de trein van Ella naar Kandy, waarschijnlijk de mooiste treinrit die ik tot dan toe gemaakt had. Ik staarde naar buiten, naar het intens mooie landschap voor me met mijn benen buiten de trein toen er een jonge local naast mij kwam zitten. Selfie miss? Ja natuurlijk als je het beleefd aan mij vraagt wil ik best even met je op de foto. Ik vond wel dat hij erg dichtbij kwam maar goed na het kodak momentje ging hij al snel richting zijn familie en zat ik weer in mijn eentje te genieten. Niet veel later was hij terug, of hij nog een keer met me op de foto mocht? Oké, een laatste dan en terwijl hij nog dichter tegen me aan kwam zitten, ik dacht even bijna uit de trein te vallen, fluisterde hij in mijn oor, Can I touch your boobs, they look so soft?.  Het gebeurde voor ik het door had en ik wist even niet hoe ik moest reageren. Ik sprong op, riep heel hard nee en beende terug naar mijn reisvriendinnetjes. Zij reageerden gelukkig wil adequaat en maakten hem bang genoeg dat hij de rest van de rit niet meer onze kant op durfde te kijken. Zo heftig als deze ervaring heb ik het gelukkig verder niet meer meegemaakt. Over het algemeen is de backpackers gemeenschap heel hecht. Iedereen is immers ver van huis en we zijn ons allemaal tot op zekere hoogte bewust van het feit dat we minder zelfredzaam zijn in een vreemde omgeving. Zo komt het eigenlijk zelden voor dat ik alleen naar huis loop na een avond stappen. En heb ik nog nooit een vervelende ervaring in een hostel gehad met mede reizigers. Iedereen past op elkaar, misschien wel meer dan thuis. Zo heb ik enkele jaren geleden een meisje ontmoet die al weken met dezelfde jongen aan het reizen was. Toen ik vroeg hoe dat zo was gekomen vertelde ze me dat ze heel erg ziek was geworden, er was zelfs een ziekenhuisopname aan te pas gekomen en dat deze voor haar toen nog redelijk onbekende jongen haar al die tijd had verzorgd. Er was een vriendschap ontstaan en zodoende reisden ze samen. Zelf heb ik ooit mijn enkelband gescheurd in Bangkok en een jongen die ik die nacht in de bus had ontmoet heeft mij toen dagen verzorgd tot ik weer kon lopen. Ik zie dat niet zo snel gebeuren in Nederland. Als je reist ben je altijd wat afhankelijk van de mensen om je heen. Dus toen ik hier naar het ziekenhuis moest was het natuurlijk ontzettend fijn dat anderen zich over mijn ontfermden en andersom zou ik dat ook zo gedaan hebben. Naastenliefde, iets wat soms in Nederland echt ontbreekt, is een veel vanzelfsprekender iets wanneer iedereen een beetje afhankelijk is van de mensen om je heen.

IMG-20181107-WA0005

Thakhek loop in Laos, soms doe ik gewoon hele stoere dingen.

Hoe reis ik veilig?

Zijn er dingen die ik doe om ervoor te zorgen dat ik minder risico loop? Ja, absoluut maar dit zijn wel maatregelen die vergelijkbaar zijn met de maatregelen die ik in Nederland neem. Zo begeef ik me nooit in slecht verlichte steegjes en heb ik altijd een telefoon bij me met voldoende batterij. Ik probeer er altijd voor te zorgen dat mensen weten waar ik me ongeveer bevind en ik vermijd het openbaar vervoer op minder veilige plekken. Soms zorg ik dat ik iemand aan de telefoon heb als ik laat op de avond of nacht over straat ga. Verder is het vooral een kwestie van mijn gevoel volgen, zoals met alles eigenlijk, als mijn instincten mij vertellen dat ik misschien beter ergens niet kan zijn dan maak ik me uit de voeten. Als iemand mij een gek gevoel geeft dan ga ik niet met deze persoon de hort op. Dit zijn wat mij betreft behoorlijk vanzelfsprekende dingen en nogmaals niet anders dan wat ik in Nederland doe. Kan je dan helemaal vermijden dat er vervelende dingen gebeuren? Nee dat kan niet, maar dat mag op zichzelf geen reden zijn om thuis te blijven. Tegenover de voorzorgsmaatregelen staan de waanzinnige avonturen en de bijzondere ontmoetingen. Amsterdam West is op zichzelf niet veiliger of onveiliger dan Bangkok of Singapore. Je hebt natuurlijk niet altijd de controle op wat er om je heen gebeurd en wie je tegen komt, maar dat heb je overal. Tenslotte vind ik mezelf helemaal niet super stoer omdat ik op reis ben in mijn uppie. Want echt in mijn uppie ben ik zelden. We doen allemaal stoere dingen of dat nu een gezin stichtten is, hard werken aan je carrière of naar een vreemde stad verhuizen is. Ik zie om mij heen alleen maar stoere vrouwen die vette dingen doen. Dus mocht je denken ik ga lekker alleen op reis, laat je dan vooral niet bang maken. Vrouwen zijn sterker dan we soms zelf denken en je loopt echt niet zomaar meer gevaar in een vreemd land dan thuis. Vraag jezelf eerder af waarom vrouwen alerter moeten zijn dan mannen en probeer dat te veranderen. Ik ga in ieder geval niet thuisblijven vanwege de minimale kans dat er misschien iets vervelends gebeurd. Wees alert maar wees vooral niet overdreven angstig. En als een vrouw je verteld dat ze op reis gaat, wens haar gewoon veel plezier en een fijne vlucht.

Liefs, Talitha

IMG-20181213-WA0016

Je bent maar zo zelden echt alleen, Cambodja

Ik ben ruim een half jaar onderweg en ik ben niet wijzer geworden (maar verder vind ik het wel leuk hoor)

“Wow je gaat jezelf zo leren kennen.” “Je komt jezelf nog wel tegen.” Je zou maar in je eentje de wereld intrekken en dan als een totaal ander persoon terug komen. Complete 180, Talitha de 2.0 versie. Nou eigenlijk valt dat dus gewoon vies tegen. In dit verhaal doe ik het eens even anders. Ik ben nu ruim zeven maanden onderweg dus het is tijd de balans op te maken. Vijf dingen die ik geleerd heb en vijf dingen die hetzelfde zijn zelfs aan de andere kant van de wereld, lees en huiver.

Vijf dingen die overal hetzelfde zijn

  • Draai “Somebody told me” van the Killers en iedereen gaat helemaal los. Ik vierde kerst vorig jaar in Cambodja en ik stond tussen de backpackers toen dit gedraaid werd. Espresso martini’s werden snel achterover gegooid om de moshpit in te springen waarop de DJ een pauze inlaste om de legendarische opmerking “Guys this is the whitest song ever” te maken. Tragisch maar waar, dit hitje doet het overal in de wereld net wat te lekker.
  • Ik ben echt niet te genieten als er ’s ochtends geen koffie is, de oplossing vond zich in de weinig elegante vorm van oploskoffie van Nescafé. Ik heb heel Azië rondgereisd met zakjes in mijn backpack. Gaat dit te ver? Misschien, maar ik trek het heel slecht als ik een reisdag van meer dan 10 uur heb en er geen koffie te vinden is. Hartje voor mijn reisgenootjes die de ochtend met mij hebben doorstaan op dagen dat ik geen koffie voorhanden had. Jullie zijn een stelletje helden en heldinnen.
  • Het gras jongens, het is altijd groener dat stomme gras. Het maakt echt niet uit op welke waanzinnige plek ik me bevind, in mijn hoofd en hart ben ik alweer aan het denken aan de volgende plek. Alleen al deze week heb ik gesproken over Nieuw Zeeland, een roadtrip in Australië, een motortocht door Vietnam, Indonesië, een surftrip naar Midden Amerika en ga zo maar door. Het maakt niet uit hoe vrij ik me beweeg, de drang naar nieuwe avonturen blijft.

IMG-20181123-WA0040

Bananenbrood en een grote mok koffie, ik was een blij een meisje die ochtend in Vietnam. 

  • Ik ben altijd te laat, in de laatste week ben ik twee keer te laat op mijn werk verschenen. Rennend naar mijn werk moeten, verschillende Uber chauffeurs leren kennen (Nee ik heb geen behoefte aan een goed gesprek over Melbourne) en struikelend mijn weg vinden tussen de trambanen van de stad om maar op tijd op mijn werk te komen, het zijn dingen die ik herken van mijn tijd in Nederland. Tot grote frustratie van mijzelf en iedereen om me heen kom ik altijd 5 over aan. En nee, het maakt niet uit of ik eerder vertrek.
  • Je gaat me vinden in de donkerste bar met harde gitaarmuziek. Ben je me kwijt diep in de nacht zoek dan de dichts bijzijnde rocktempel. Ik ben al in de befaamde Cherry bar geweest, die helaas deze maand gaat verhuizen uit AC/DC lane. Ondanks alle vette techno en hiphop feestjes waar ik me laatste maanden heel erg heb vermaakt, blijf ik toch een echte rockchick die het liefst met een pint een moshpit inspringt. Al zal je me in de toekomst vaker op technofeestjes vinden als ik me weer eens in het Amsterdamse begeef. Toch een beetje anders dus.

Vijf dingen die ik geleerd heb

  • Als je steeds dezelfde fouten maakt heb je je lesje niet geleerd. Het is geen geheim dat ik met een zogenaamd “rugzakje” vertrokken ben uit Nederland. Een burn-out is geen pretje en hoe vaak ik niet heb gehoord dat ik die altijd bij me zal dragen, het moment waarop ik besefte dat dit echt het geval was was het toch een tegenvaller. Ik vond mijn werk al een tijdje niet leuk, een restaurant dat gerund wordt zonder structuur en goede leiding is behoorlijk stressvol. Daar kwam bovenop dat ik elke week rond de 45 uur werkte. Mijn gemiddelde werkdag was van 12 tot 12 met een pauze van twee uur. Vermoeiend en niet heel goed voor mijn sociale leven. De laatste weken ging ik alweer met buikpijn naar mijn werk en als klap op de vuurpijl kreeg ik een paniekaanval op mijn werk. Terwijl ik huilend op een bankje zat besefte ik dat ik terug bij af was, of in ieder geval die kant op ging. Twee dagen later nam ik ontslag. Ik heb mijn lesje geleerd en heb inmiddels liever een beetje minder geld maar ben graag een beetje meer gelukkig. Ik ben er nog niet maar ik ben wel stapjes vooruit gegaan.
  • Er is maar één iemand zoals jij en van diegene moet je in ieder geval zelf houden. Een meisje vertelde me dit op eerste kerstdag in Cambodja. Iedereen danste in bikini en ik had een shirtje aangetrokken. Ze vroeg me waarom ik mijn, haar woorden, “fantastische lichaam bedekte”. Toen ik haar vertelde dat ik me een beetje onzeker voelde verklaarde ze me gelijk voor gek. Vrouwen die andere vrouwen steunen daar hou ik van! En sindsdien ben ik een stukje aardiger voor mezelf en ga ik een stuk gemakkelijker in mijn zwemkleding naar een feestje of op de foto. Ik mag er zijn.

IMG-20190214-WA0035

Niks mis met een goede badpak foto.

  • In mijn leven geen ruimte voor negatieve mensen. Ik leef in een hostel met veel verschillende persoonlijkheden, de één is leuker dan de ander en dat is helemaal oké. Wat niet oké is als mensen die je amper kent je een rot gevoel geven. Een ander meisje zei in Sri Lanka tegen me, “als je niet met deze mensen thuis zou omgaan, waarom wil je dan zo graag dat ze je leuk en aardig vinden elders?” Deze vraag heb ik mezelf de afgelopen maanden enkele keren gesteld en het resultaat is inderdaad dat het een stuk relaxter is om met positieve mensen om te gaan. Hoef je ook een stuk minder je best te doen.
  • Echte vriendschap overleeft het als je aan de andere kant van de wereld zit. Ik ben nu zeven maanden weg en op een enkeling na heb ik met iedereen met enige regelmaat contact. We zijn nog altijd geïnteresseerd in elkaars leven en we laten elkaar met regelmaat weten dat we aan de ander denken. Afstand is een fantastische manier geweest om naar mijn vriendschappen thuis te kijken. Sommige relaties blijken sterker dan ik had verwacht en van anderen wist ik misschien al wel dat ik afscheid moest nemen. Niet omdat ik ze niet meer aardig vind maar meer omdat we simpelweg uit elkaar zijn gegroeid en ook dit is helemaal oké.
  • De belangrijkste les die ik heb geleerd is dat het toch vooral mijn feestje is, dat leven van mij. Ik word er niet gelukkiger van om mezelf alsmaar met anderen te vergelijken. Soms betrap ik mezelf er nog steeds op dat ik mezelf minder succesvol vind omdat ik geen gezin heb, geen carrière en geen stabiliteit. Maar dan ga ik de wildernis in, of heb ik een hele leuke avond in een voor mij soms nog vreemde stad, ontmoet ik bijzondere mensen op straat of eet ik een waanzinnige maaltijd op straat en dan besef ik dat ik zo gelukkig ben momenteel nu het leven voor mij een groot avontuur is. Ik ga vast wel eens op zoek naar stabiliteit en werk in de toekomst heus aan mijn carrière, maar voor nu is het helemaal oké meer dan oké zelfs om mijn hart te volgen.

IMG-20190129-WA0016

Het leven is leuk – liefs Talitha

Familie diners en file voor de douche, het leven in een werkhostel

Het is half 12 ’s ochtends, ik loop enigszins verdwaasd rond op Southern Cross Station in Melbourne. Ik heb een nachtvlucht vanuit Kuala Lumpur genomen en heb nog altijd niet geslapen. Mijn hostel heeft me een routebeschrijving gestuurd maar ik ben momenteel te verdwaasd om het uitgebreide openbaarvervoernetwerk van Melbourne te begrijpen. Ik besluit eerst maar eens een koffie te gaan halen, daar staat Melbourne immers bekend om. Ik drink een zwarte koffie, een gewoonte die ik snel af zal leren ook ik zal snel vallen voor de triple shot flat whites waar we in deze stad een gewoonte van maken. Na een korte zoektocht vind ik mijn trein en vind ik mijn weg naar Brunswick, mijn thuis voor de voorzienbare periode. Ik ga in een hostel wonen.

30 huisgenoten en 4 badkamers

Mijn hostel is een relatief groot huis met 7 slaapkamers in een buitenwijk van Melbourne. Ik heb het hostel uitgekozen omdat het een zogenaamd “werkershostel” is, ik ben hier immers gekomen om te werken. Ik had nog ongeveer 2000 euro toen ik Australië binnen kwam, dat is genoeg om het ongeveer 6 weken uit te zingen als ik mega goedkoop leef. Ik heb dus werk nodig. In een werkershostel zitten geen reizigers maar mensen die in hetzelfde schuitje zitten, weinig geld en op zoek naar werk. Het hostel voelt dan ook vooral als een thuis aan. Toen ik aankwam werd ik dan ook gelijk voorgesteld als de nieuwe huisgenoot. Er vind wekelijks een familiediner plaats en er is iedere week een huisgenoot van de week verkiezing. In de kast liggen altijd wat gratis spullen als olie en rijst om mee te koken en in de keuken heeft iedereen zijn eigen ruimte om spullen te bewaren. Een van de grootste verschillen met een “gewoon” hostel is dat iedereen kastruimte heeft. Ik heb voor het eerst in maanden mijn tas volledig uitgepakt, heerlijk. Inmiddels ben ik de trotse eigenaresse van een “bottom-bunk”, een beneden bed, en ben ik in het bezit van 2 lades waar ik mijn spullen in bewaar. Ik maak wekelijks mijn eigen bed op en vervang mijn handdoek iedere drie dagen. Inmiddels heb ik meerdere kamergenoten zien passeren waarvan sommige vriendinnen zijn geworden. Mijn kamer is de kleinste meisjeskamer, ik deel mijn kamer met 4 anderen. Vrouwen snurken ook overigens, die mythe is inmiddels meerdere malen ontkracht. Verder voelt het alsof ik weer op kamers woon, het is vechten voor een douche tussen acht en tien ’s ochtends en iedereen heeft een favoriete douche.  Verder is het vooral erg gezellig, er is altijd iemand om een praatje mee te maken of een wijntje mee te drinken.

img-20190312-wa0005.jpg

Melbourne mama’s, met een aantal van deze dames heb ik een kamer gedeeld. 

Voor altijd een kamer delen?

Ik ga niet liegen, op je 29ste fulltime in een hostel wonen, het gaat je niet in de koude kleren zitten. Ik heb sinds begin oktober geen eigen kamer meer gehad en voorheen verplaatste ik me elke 4 dagen. Privacy is iets wat ik al in geen maanden meer heb gehad. Simpele dingen als je in alle rust omkleden, dansjes in je kamer doen, vals meezingen met Dua Lipa en rondlopen met een knalgroen kleimaster op je gezicht kan maar is toch minder prettig met zoveel mensen om je heen. Ook heb ik inmiddels allerlei snurkjes gehoord. Ik heb kamergenoten gehad die het nodig vonden om om 5 uur ’s ochtends alle verlichting aan te slingeren. Vrij luidruchtig de liefde naast, boven of onder me te bedrijven. Volledige volksverhuizingen te verrichten om 7 uur ’s ochtends of in volledige staat van dronkenschap eerst alle bedden af te tasten voor ze dan toch echt hun eigen bed hadden gevonden. Het zijn achteraf mooie anekdotes maar nu ik zo’n 45 uur per week werk en ik inmiddels dichterbij de 30 dan 20 ben, heb ik mijn slaap hard nodig. Ik ben dus op zoek naar een kamer, het liefst met een tweepersoonsbed erin. Hostels zijn leuk hoor, begrijp me niet verkeerd, maar door in een hostel te slapen mis ik toch heel erg het reizen. Als ik dan toch langer op één plek blijf, dan graag in mijn eigen kamer.

20190307_152642

Hoog bezoek van mijn favoriete kamergenootje in Melbourne. 

Alles is kut en ik wil naar huis…

Op het moment van schrijven bevind ik mij in de achtertuin van mijn hostel in Melbourne, mijn thuis voor de afgelopen 4 weken. Ik moet over 2 uur werken maar drink een glas wijn, ik ben immers nog wel een soort backpacker, ook al ben ik momenteel behoorlijk stationair. “Hoe gaat het met je en hoe bevalt Australië?” Dit is zo’n beetje de meest gestelde vraag die ik per Instagram, Facebook of Whatsapp gesteld krijg en is de laatste tijd lastig geweest een positief antwoord te geven. Ik heb een rot tijd, zeg maar gerust een kut tijd, achter de rug. Momenteel gaat het beter, maar ik heb het punt van heimwee bereikt waar iedere backpacker angstig voor is en heb de afgelopen maand enkele keren op het punt gestaan een enkeltje Schiphol te boeken. De conclusie is dat ik blijf, maar laat ik je eerst vertellen wat er allemaal gebeurd is voor ik dit besluit nam.

Een week van pech

Eigenlijk begon de dag heel goed, we zouden naar Philip island gaan om naar de pinguins te gaan kijken. We waren echter wat laat vertrokken en besloten naar Brighton beach te gaan. Na een heerlijke lunch gingen we lekker zonnebaden en ik las een boek. Het was relaxt en gezellig. Niks wees er op dat er iets aan de hand was tot ik ineens merkte dat ik niet meer las, ik snapte de letters niet meer. Ik begreep al snel dat ik op het punt stond mijn tweede epileptische aanval ooit te krijgen en waarschuwde mijn vriendinnen alvast. Ik verplaatste me snel richting de schaduw waar ik inderdaad een aanval kreeg. Voor ik het wist was ik onderweg naar het ziekenhuis, waar alle testen positief waren en ik al snel weer terug naar huis mocht. Wel klaagde ik al gelijk over verschrikkelijke pijn in mijn schouder. Natuurlijk was ik geschrokken, een dergelijke aanval in een land waar je onbekend bent met vers gemaakte nieuwe vrienden is eng. Echt heel erg eng. Ik werd door iedereen goed opgevangen, door mijn vriendinnen in Melbourne, mijn hostelgenoten en via social media door voormalig reisvriendjes en familie en vrienden thuis.

20190127_160705

Een paar minuten voor de aanval met een vriendin, er was nog niks aan de hand.

Ik ging die week wel aan het werk en dat is goed nieuws. Na één dag solliciteren was ik al een hele fulltime baan rijker, in een hip restaurant in het centrum. Leuke collega’s en regelmatig gratis eten, perfect. Ik had echt een lot uit de loterij en besloot dat die aanval, hoewel onhandig en vervelend, mijn tijd niet ging verpesten. Wel moest ik de aanleiding onder ogen zien, ik was me ervan bewust dat ik niet lekker in mijn vel zat. Eerlijk gezegd, verveel ik me een beetje in Melbourne, ik ben hier voornamelijk om geld te verdienen wat betekent dat ik overdag weinig onderneem en vooral zo min mogelijk uit probeer te geven en weinig van Australië zie. Ik mis reizen en dingen ondernemen. Ik kan ook niks in Amsterdam doen en me vermaken met vrienden en familie. Het voelt dus een beetje kansloos om als hogeropgeleide vrouw in een restaurant in Melbourne te werken en niks leuks te doen en niet het land te ontdekken. Ik voel me best wel vervelend soms en daardoor slaap ik slecht en heb ik een paar paniekaanvalletjes gehad. Ik weet dat ik gevoelig ben voor dit soort zaken en ik zal de komende tijd dus beter voor mezelf moeten gaan zorgen. Ik houd mezelf voor dat ik dit doe omdat ik dan weer kan gaan reizen en dan kan ik eindelijk Australië zien, iets waar ik jaren over gedroomd heb. Ik moet dus gewoon even doorzetten.

De pijn in mijn schouder bleef, ik ging er maar vanuit dat dit kwam doordat ik spierpijn aan mijn aanval had overgehouden. Terwijl ik mijn haar droogde met een handdoek na het douchen gebeurde er ineens iets, ik zal nooit weten wat, maar mijn schouder vloog uit de kom. Daar stond ik dan, nog na druipend in de douche met een schouder uit zijn oorspronkelijke positie. Ik wist met een schreeuw de aandacht van Josh mijn hostelgenoot te trekken en hij haalde mijn vriendin Elleke uit bed. Voor ik het wist wachtte ik op mijn tweede Australische ambulance van die week. De pijn was gruwelijk. De wachttijd bleek 30 minuten. Eerlijk gezegd weet ik niet hoe ik dat overleefd heb. Na ruim vier uur zat mijn schouder weer waar die hoorde en bleek er niks gebroken of gescheurd. Gelukkig. Wel kon ik een week niet werken. En schoot ik in mijn tweede reisdepressie. Wat ben ik in vredesnaam aan het doen met mijn leven?

Ik raap mezelf op en ga verder

Mijn vriendinnen hier, mijn ouders, mijn zusje, mijn vriendinnen in Nederland, iedereen heb ik gesproken die week. Ik weet het even niet meer, should I stay or shoud I go? Gooi ik nu mijn handdoek in de ring? Mijn reis voelt nog niet over en toch reis ik niet, ik heb er simpelweg even geen geld voor nu. Ik moet dus even werken ook al voelt dat stom en vind ik het bij vlagen tergend saai. Ik besluit in ieder geval tot juni te wachten, dan komen mijn ouders naar Bali en dan kan ik altijd met hun mee gaan. Ook al heb ik dan nog niet door Australië gereisd. Ik bel Asia, ze verteld me te genieten, “je leeft nu niet daar maar je bent met je gedachten vooral in Nederland.” Ze heeft gelijk, ik moet in het nu leven. Langzaam pak ik mijn goede gewoonten weer op, ik mediteer dagelijks, ik zoek mensen op en schrijf in mijn dagboek. Ik besluit dat ik naar India wil, een meditatie leraar opleiding volgen, nog meer leren over mindfullness. Dat ga ik dus volgend jaar doen. Een carrière komt later, dat kan ook prima als ik 30 ben. Ik moet er op vertrouwen dat uiteindelijk alles goed komt. Ik blijf dus, ik spaar mijn geld en ga verder reizen, ook dit is een ervaring en ik groei hier sowieso van.

IMG-20190121-WA0138

Een dag op pad in Victoria, Wilsons Promontory

De heimwee blijft maar dan…

De dagen daarna doe ik mijn best mezelf bijeen te rapen, het gaat, met vallen en opstaan maar het gaat. Bovenop alles krijg ik een allergische reactie in mijn gezicht. Iedereen in mijn directe omgeving is het eens, ik heb echt extreem veel pech. Ik denk veel na over thuis, mijn vrienden, mijn familie en Noah de liefste labrador van de hele wereld. De meeste mensen praten over kerst, ik praat over Lowlands. Ik haat dat ik er niet bij ben dit jaar en merk dat ik daar dagelijks even bij stil sta.  Ik wil nog niet naar huis, ik wil Australië zien en ik wil nog naar India. Ik ga dus in ieder geval mijn jaar volmaken. Maar Lowlands missen, ja dat doet een beetje zeer. Ik ga ieder jaar met mijn ouders, zusje, zwager en een groep hele dierbare vrienden. Ik heb iedereen hier erover verteld en de groepsfoto van vorig jaar aan iedereen laten zien, ik ga zelfs de jonge jenever missen. Ik droom over de brug naar het campingterrein, de rij voor de bandjes, de silent disco en de bbq op donderdagavond. Net als ik mezelf erbij neerleg dat ik er niet bij ga zijn bekijk ik de stories op instagram. Een reisvriend post iets over terug naar Europa vliegen, ik stuur gelijk een berichtje. “Waar ga je heen?” “Oostenrijk, lekker boarden.” Ik ben zo ontzettend jaloers, ik wil ook echt even naar Europa, even naar Nederland even mijn vrienden zien. De beslissing is eigenlijk relatief snel genomen. Ik klets er nog even kort op mijn werk over met mijn collega’s, ik weeg nog even snel de voor en nadelen af. Ik bekijk nog snel wat het kost om heen en terug te vliegen. Voor ik het weet videochat ik mijn ouders, “Pap, Mam, ik ga dit jaar mee naar Lowlands.”

IMG-20180819-WA0072

De groepsfoto van Lowlands 2018

Ik zie jullie in augustus vrienden, ik vlieg even heen en weer.

Liefs, Talitha

Een ode aan de reisgenoot

“Ik ging dus naar de WC en toen stond ik per ongeluk buiten en mocht ik niet meer naar binnen. Vet stom maar mijn telefoon was leeg dus kon niet bellen. Ik ben dus veilig thuis beland.”  Legendarische woorden in een Facebook bericht na mijn eerste avond stappen met de persoon die mijn nieuwste reismaatje zou worden. Na die avond vormden Lissa en ik een team, België – Nederland, frieten versus patat, en voor 3 maanden een constante factor tijdens mijn reis; reismaatjes. Een reismaatje komt in vele vormen en maten maar ze hebben allemaal een paar dingen gemeen, voor een periode van je reis zijn ze je vertrouwenspersoon, je tegenspeler met kaartspelletjes, je persoonlijke fotograaf, persoon die afwisselend onder en boven je slaapt in stapelbedden en op je spullen past als je naar de wc moet.

Kletsen zonder te praten

Dat je zonder te praten ver kan komen bewijst mijn vriendschap met Martha wel. We ontmoetten elkaar op een yoga surf kamp in Sri Lanka. “Hi, where are you from?” De meest gestelde vraag tussen backpackers, we zijn allemaal niet zo origineel als we zo graag zelf denken. “Netherlands and yourself?” “Cataluña.” Toevallig had ik die morgen nog met een Catalaanse ontbeten en wist ik dat het een nationale feestdag was. “Oh happy Cataluña day.”  Dat is hoe je snel vrienden maakt. We besluiten na een week op kamp samen verder te reizen. Wat onze relatie ietwat bemoeilijkte is dat Martha weinig Engels spreekt. Gelukkig bestaat er Google translate en kom je met handen en voeten een heel eind. Na ruim 2 weken samen op pad te zijn geweest gebeurt er iets wonderlijks, we hebben eigenlijk geen taal of beter gezegd volzinnen meer nodig. Ik kan aan haar gezicht en zij aan het mijne zien wat de ander bedoelt en we maken elkaars zinnen in onze eigen talen af. Taal is soms zo veel meer dan praten alleen.

img-20180927-wa0096

Een goed team, van links naar rechts, ik, Sadia, Lisa, Ned en Martha (Worlds’ end, Sri Lanka)

In goede tijden en in slechte tijden

Jarig zijn op reis, het was iets waar ik zin in had en tegelijk soms buikpijn van kreeg als ik er aan dacht. Lissa zei gelukkig al snel dat ze dat best met me wilde vieren en omdat we uiteraard super spontane chicks zijn, hadden we al snel een groepje om ons heen verzameld dat wel mee wilde vieren. Die ochtend was ik eigenlijk te brak om mijn verjaardag te vieren, maar ik sleepte me naar een restaurant voor een ontbijt en heel erg veel water. Een kater op je negenentwintigste gaat je niet in je koude kleren zitten, trust me. Ik zat stilletjes stervend aan de ontbijttafel, biddend tot de paracetamol-goden dat ik op mijn verjaardag wel de rivier op kon om me te laten binnen hengelen door de cafés aldaar. Ondertussen maakte mijn feestgezelschap zich klaar voor wat een uitgelaten feestdag moest worden.  Wat ik niet wist was dat er taart was geregeld door twee van mijn reisgenoten en dat Lissa een kadootje voor me had gekocht. Dankzij mijn lieve reismaatjes dacht ik die dag niet zozeer aan wat ik thuis had kunnen doen, maar had ik één van mijn tofste verjaardagen ooit. Dat mijn verjaardag ook andere (wat meer ongewenste) gevolgen zou kunnen hebben had ik natuurlijk niet kunnen voorspellen. Tuben in Vang Vieng in Laos is leuk maar niet heel erg hygiënisch. Ik heb dan ook op mijn verjaardag een parasiet opgelopen. Wat volgde was een van de ergste reisziektes die ik in al mijn reisjes heb opgelopen. Ik zal je de minder smakelijke details besparen maar neem van mijn aan dat het geen pretje was. Zonder de gestage stroom medicatie van Lissa en de beslissing een paar dagen in een privékamer bij te komen, weet ik niet hoe ik er heelhuids uit ben gekomen. Andersom werkt het soms ook zo, toen onze vriendin Shari ziek werd zorgden wij voor haar. En Lissa, die een achteraf gezien vrij heftige wond overhield aan een heldhaftige poging mijn scooter uit de modder te verwijderen had in de weken daarna een verpleegster aan mij. Je reismaatje is precies dat: je maatje, door dik en dun en als je partner in crime assistentie nodig heeft dan ben je er voor diegene.

img-20181125-wa0068

Teamfoto, van links naar rechts Shari, ik en Lissa (abandoned waterpark Hué, Vietnam)

 

En dan ben je weer alleen

De aard van je relatie met je reismaatje is tijdelijk, uiteindelijk is iedereen bezig met zijn of haar eigen reis en zal je op een bepaald moment een andere kant op gaan. Vaak is dat verdrietig, een enkele keer is het een opluchting. Maar de eerste keer dat je weer alleen een hostel in loopt, op zoek naar iemand om je rug in te smeren of een ontbijt mee te delen, is altijd een beetje gek en ongemakkelijk. Hoewel tijdelijk van aard, de relatie met je reismaatje is heel hecht. Hij of zij is degene bij wie je je hart soms uitstort, degene met wie je slechte beslissingen neemt (al dan niet inclusief buckets op een Thais strand) en de persoon met wie je te gekke avonturen beleeft.  Als je weer alleen verder gaat voelt het soms als een verbroken relatie, inclusief een gebroken hart. Maar het mooiste van deze vriendschappen is dat je iets bijzonders deelt, een ervaring die alleen jullie hebben gehad en daarom is dat een band die je niet zomaar meer verbreekt.

Ik heb in dit stukje maar drie reismaatjes bij naam genoemd, maar er zijn er veel meer en ik ontmoet met regelmaat nieuwe reisvriendjes. Als je ze wilt zien dan vind je ze onder andere via mijn instagram. Het is heel cliché maar dat is nu eenmaal vaak het geval met dingen die waar zijn, je reist zelden echt alleen.

Liefs, Talitha

img-20181028-wa0019.jpg

Een deel van het verjaardagteam, Vang Vieng in Laos

20181008_222825.jpg

Een foto van die beruchte eerste avond in Chiang Mai, van links naar rechts Lissa, Holly en ik.

Het komt altijd goed, reizen met het ov in het buitenland

Ik kijk enigszins geschrokken op als ik ineens iemand hoor roepen “Kampot, Kampot, Kampóóót”. Dat is onze stop toch? Maar we zijn 3 uur te vroeg en ik heb nog geen minuut geslapen. We vertrokken om 7 uur uit Siem Reap en zouden om 7 uur ’s ochtends aankomen. Lekker een nacht geen overnachting betalen en een extra dag in Kampot besteden. We staan vertwijfeld in een stille stad om 4 uur ’s ochtends en hebben nul onderhandelingspositie met de tuktukchauffeur waardoor we voor 8 dollar naar ons hostel gebracht worden. Het is er nog donker en het wordt ons al snel duidelijk dat we de rest van de nacht buiten in een hangmat moeten doorbrengen. Ook dit is reizen in Zuid Oost Azië.

Tussen de dozen dwars door Laos

Wie door Azië reist, en dat bij voorkeur zo min mogelijk per vliegtuig doet, weet dat een bus niet enkel een vervoersmiddel is maar ook de plaatselijke postvoorziening. Hoewel dit een zeer efficiënte manier is goederen van A naar B te verplaatsen is het voor de westerse reiziger met lange benen soms een behoorlijke beproeving. Zo reisde ik enkele maanden geleden in toch al niet ideale omstandigheden, ik was behoorlijk ziek, met opgetrokken knieën van de hoofdstad Vientiane naar het stadje Thakhek in Laos. Onder onze kapotte stoelen lagen doosjes keuring in rijen verzameld verspreid van de voorkant van de bus naar de achterkant van de bus waar wij werden ingemetseld tussen de bagage van de andere passagiers. De reisduur bedroeg 7 uur.  Mijn Engelse vrienden reisden in 30 uur van Vientiane in Laos naar Hanoi in Vietnam terwijl ze verwoede pogingen deden kisten whiskey te redden van de niet heel voorzichtig rijdende buschauffeur. In Cambodja stopte onze nachtbus ieder uur om onderweg boodschappen te doen, pakketjes af te geven of brieven door te geven, iedere keer werd de tl-verlichting volledig aangezet waardoor ik gelijk weer klaarwakker was. Nu durf ik te beweren dat de meeste bussen aan deze kant van wereld redelijk comfortabel zijn maar dan moet ik daar aan toevoegen dat ik maar 1 meter 64 lang ben. Een enkele keer krijg ik te maken met kapotte stoelen of lekkende airconditioning maar over het algemeen is het met een zak vol wagenziektepillen en een telefoon vol met gedownloade afleveringen van Netflix goed toeven.

20181112_115757

In de Vietnamese stad Hanoi, rijdt de trein dwars door de stad. 

 

Even opletten er is een olifant gesignaleerd

In Sri Lanka zou ik iedereen willen aanraden zoveel mogelijk met het openbaar vervoer te reizen. Er is in het hele land een uitgebreid busnetwerk bestaande uit publieke bussen, rood en behoorlijk gammel, en privé bussen, blauw en groen en vaak in betere conditie. Welke bus je pakt is een gevalletje geluk hebben. De rode bussen zijn het goedkoopst maar als je in acht uur van Trincomalee in het oosten naar Negombo in het westen reist dan is een stoel die niet kapot is en die je maar met één iemand hoeft te delen toch wel erg prettig. Je kan er niks aan doen want jij staat aan de kant van de weg en het is simpelweg wachten welke bus het eerst aan de horizon verschijnt. Wat heel bijzonder is, is dat er in Sri Lanka een aantal nationale parken zijn die vrij dicht bij elkaar liggen. De olifanten die in deze parken leven reizen met de seizoenen mee van park naar park. Het wil dus wel eens gebeuren dat je bus een groep olifanten tegenkomt. In dit geval staat je bus even stil maar kan je vanuit de bus dit magische schouwspel bekijken en bespaar je jezelf weer een safari in één van de nationale parken. Efficiënt en kostenbesparend, daar houdt deze gierige backpackende millenial wel van.

20180920_123233 (1)

De blauwe bus uit Sri Lanka.

Knuffelen met locals 

Dat ik af en toe in gekke situaties kom mag inmiddels geen geheim meer zijn maar soms kan zelfs ik niet geloven waar ik nu weer in beland ben. Enkele jaren geleden reisde ik per nachtbus vanuit de hoofdstad van Laos, Vientiane, naar Pakse en uiteindelijk naar Cambodja. Het eerste gedeelte legde ik af per slaapbus, dit zijn bussen waar een soort matras in ligt, de condities en mate van comfort verschillen per land. Deze bus bestond uit smalle matrasjes met tussen de matrassen een hekje van ongeveer 30 centimeter breed, vrij intiem dus. Ik had een plekje aan het raam en naast mij lag een vrouw van een jaar of dertig uit Laos. Ik viel al snel in slaap en werd enkele uren later wakker van een gek gevoel op mijn buik. Ik deed één oog open en kon amper geloven wat ik zag, mijn buurvrouw hing boven mijn romp en aaide mijn buik, ik herhaal, ze aaide mijn buik. Enigszins van mijn à propos vroeg ik haar “uhm, what are you doing”. Waarop zij mij stralend aankeek en lachte “you are so fat I love it”. Niet helemaal zeker hoe ik moest reageren vroeg ik haar me niet meer te aaien omdat ik moe was en graag verder wilde slapen. Ze lachte en knikte en viel in slaap. Enkele uren later werd ik wakker terwijl ik stevig in haar armen lag, als het kleine lepeltje. Romantiek bestaat blijkbaar nog, in de bus in Laos. Gelukkig beperken de meeste locals zich tot staren of vragen of ze met me op de foto mogen al denk ik wel dat deze dame vooral erg nieuwsgierig was. Het is denk ik belangrijk om te onthouden dat er meestal geen kwade bedoelingen zijn maar er sprake is van zuivere interesse in een gekke rugzaktoerist. Ik heb er in ieder geval een grappige anekdote aan over gehouden.

 

20181021_114255.jpg

Het uitzicht vanuit de slowboat van Chiang Rai, Thailand naar Luang Prabang, Laos. Een tocht van twee dagen. 

Het mooiste aan reizen met bussen, treinen en ander “openbaar” vervoer is dat het de leukste manier is om een andere kant van het land wat je bezoekt te zien. Soms zit er een monnik naast je die graag zijn of haar Engels op je wil oefenen en soms zit er een local naast je die graag zelf gemaakte koekjes met je deelt. Ook zie je kleine dorpjes die je zou missen als je altijd van A naar B zou vliegen. Voor mij is een andere belangrijke reden om met de bus of trein te reizen dat het beter voor het milieu is en bovendien kostenbesparend. Het voelt toch altijd een beetje als vals spelen om vliegend een continent over te gaan, zelfs al zijn de tickets soms super goedkoop. Daarnaast heb ik al een hoop nieuwe vrienden gemaakt in de bus, mensen met ik een tijdje heb gereisd of mensen met goede reistips en boeiende verhalen. Het is niet altijd de meest comfortabele manier maar het is zeker de meest avontuurlijke en laat avontuur nou net zijn waar ik naar op zoek ben.

Liefs, Talitha

 

 

Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan*

Het grindpad onder mij gaat snel voorbij, ik rij 40 en ik denk onwillekeurig aan de laatste keer dat ik op een grindpad viel. Het was in het dorp waar ik vandaan kom op het pad naar de molen, ik viel van mijn fiets en moest naar de dokter om de kiezels één voor één uit mijn knie te laten halen. Ik heb nog steeds een litteken op mijn rechterknie als bewijs van algemene onhandigheid. Deze weg heeft veel meer gaten, diepe kuilen die zich soms zichtbaar midden op de weg bevinden of hele stukken asfalt die zijn weggeslagen. Ik ben in Laos en zit op een Honda motor, weer ben ik over mijn grenzen heen gegaan en heb ik een angst overwonnen.

Hoe een gymkneusje sportief is geworden

Ik werd echt nooit als eerste gekozen tijdens de gymlessen op school, ik ben geen hardloper en ik heb van mijn leven nog nooit in een touw kunnen klimmen. De enige sport waarbij ik nooit als laatste overbleef om gekozen te worden was trefbal. Ik was zo bang voor de bal dat ik nooit werd geraakt door de tegenpartij, al kon ik nog geen tegenstander raken al had hij of zij op 50 centimeter afstand versteend stilgestaan, ik bleef dus wel altijd als laatste over. Dat ik dus ooit lange wandelingen in de bergen zou maken, op blote voeten van rotsen zou klimmen om in een waterval te zwemmen, 6 rondjes op open water om een boot heen zou zwemmen voor het behalen van mijn duikbrevet of klauterend op hoge hoogte over los liggende stenen zou klimmen om een mooie zonsondergang op een berg te kunnen bewonderen is niet heel waarschijnlijk. Toch heb ik al deze dingen vaker gedaan en komt het meer dan eens per week voor dat ik mijn angsten opzij zet omdat er een mooie beloning tegenover staat. Een paar jaar geleden ging ik nog bijna huilend een klif af tijdens een wandeling in de jungle in Maleisië, enkele weken geleden klom ik in het donker over losliggende rotsen met een diep onbeschermd dal naast me naar beneden na het zien van een waanzinnige zonsondergang. Ik was niet de snelste van de groep maar ik deed het zonder tranen. Het mooie van een reis als deze is dat je door uit je comfortzone te stappen erachter komt dat de  beperkingen die je jezelf hebt opgelegd niks anders dan dat zijn, beperkingen die je jezelf oplegt. Er is geen sociaal vangnet aanwezig dus je zult zelf je boontjes moeten doppen, soms geholpen door reismaatjes maar de kracht om dingen te ondernemen komt vooral uit jezelf. Je moet soms je eigen handje vasthouden. Zo ben ik dus stapje bij beetje sportiever geworden en word ik juist heel gelukkig van lange wandelingen in de bergen en vind ik het zoeken met mijn voeten naar een geschikt pad om te beklimmen juist heel erg leuk.

IMG-20181002-WA0015.jpg

Van zwembad prinses naar zeemeermin 

Mijn ouders lachen nog steeds om die keer dat ze voor mij en mijn zusje snorkelsetjes kochten op vakantie en wij één vis zagen om vervolgens de hele vakantie in het zwembad te spenderen. Niks kreeg ons nog de zee in. Tegenwoordig probeer ik overal waar ik kan te duiken en vind ik niks ontspannender dan de diepere zeeën te ontdekken en zoveel mogelijk vissen, haaien en andere inwoners van de zee de spotten.
Mijn beste vriendin wilde per se duiken toen ze me jaren geleden bezocht in Maleisië en omdat ik haar vakantie niet wilde bederven ging ik met een zwaar gevoel mee het water in. Ik deed hand in hand met een duikinstructeur mijn eerste duik. Echt heel stoer was ik dus niet. Ik vond het doodeng maar bij het zien van een heus “finding Nemo” visje was ik ondanks de doodsangst die ik nog steeds overal voelde, verkocht. Twee weken later haalde ik mijn duikbrevet.
Ik denk dat over je eigen grenzen heen gaan en je angsten overwinnen een groot onderdeel van het solo reizen is. Zonder mensen om je heen die je in je angsten bevestigen of juist je proberen te beschermen ga je soms verder dan je thuis zou gaan.

En zo bevond ik mij dus ineens op een Honda motor. Ik, die een week voor vertrek voor het eerste op een scootertje met 35 door de Zeeuwse polder heen reed, aarzelend en onhandig.

Bestaan er zijwieltjes voor motoren?

Een vraag die ik mezelf stelde voor ik voor vier dagen een motorloop door een zuidelijke provincie in Laos deed. Een maand geleden ging ik nog met een zwaar gevoel achterop van Pai naar Chiang Mai, een rit met 726 bochten door de bergen. En nu ging ik zelf rijden? In een land waar de wegen meer geschikt zijn voor potjes knikkeren dan als een vitaal stukje infrastructuur? Het was ook nog eens mijn idee, maar in mijn hoofd klonk het toch een stukje minder intens dan dit moment nu ik een oefenrondje op mijn zwarte Honda moet rijden van de mevrouw van de verhuur. We kijken beiden bedenkelijk, het is namelijk wel duidelijk dat ik behoorlijk bang ben, ik heb rode vlekken in mijn nek en ik durf amper een bocht te maken. Toch gaan we, met zijn zessen, ik ruim achter de rest. We rijden vandaag 100 kilometer en mijn snelheidsmeter raakt amper de 30 kilometer per uur aan, op dit tempo kan ik wel een visumverlenging aanvragen. Door een samenloop van omstandigheden rijden we de eerste avond in het donker de laatste 40 kilometer in het donker door de bergen. We komen zonder kleerscheuren aan en ik ga opgelucht slapen. Ik merk dat ik iedere dag een stukje behendiger word, iedere dag een stukje sneller. Gelukkig wordt er geen druk op me gelegd sneller te rijden en zo rijd ik zonder veel incidenten over zandpaden, grindpaden en haarspeldbochten. Op de laatste dag rijd ik zelf een stuk voorop en vraag ik me hardop af of een motorrijbewijs niet leuk is om te halen wanneer ik me weer in Nederland bevind. Ik, de verpersoonlijking van ’12 steden 13 ongelukken’, heb een loop van vier dagen door Laos gereden. Misschien wordt het tijd dat ik mezelf niet meer ga zien als een onhandig olifantje in een levensgrote porseleinkast maar als een badass met een backpack. Wie weet, voorlopig maar eens op zoek naar nieuwe uitdagingen en nieuwe angsten om te overwinnen.

Liefs, Talitha

 

IMG-20181107-WA0005.jpg

Ik links op mijn Honda op een zandpad in centraal zuid Laos

*- Pippi Langkous